zondag 20 september 2026

verbinding tussen de Familie Delahaye en de Familie Crutzen.

Hendrik Joseph Lahaye Boek 6c hoofdstuk 14 XVD trouwt met Maria Catharina Kicheleer op 11 januari 1917 in Gulpen. 

De ouders van Maria Catharina Kicheleer zijn Christiaan en Maria Elisabeth van Pie

Maria Elisabeth van Pie is de dochter van Petrus Hubertus en Maria Catharina Peerboom

Petrus Hubertus van Pie is de zoon van Rigardus  en van Maria Anna Krutzen

Maria Anna Krutsen is de dochter van Paulus Cruijtsens en Anna Cordula Windelschmidt. en de laatste 2 mensen zijn ook de ouders van Paulus Mathias Crutser, waar wij van afstammen. de vrouwelijk lijn zorgt nu ook weer voor de verbinding tussen beide families. 

dinsdag 15 september 2026

Paul, Eva Crutzen en Katja Snoeijs, Rosalie Sprooten

 alle vier hebben ze dezelfde stamvader. De eerste twee zijn wel bekend, de derde is een prof voetbalster en heeft ook op het Nederlands elftal gestaan en Rosalie Sprooten is een schrijfster. 

De stamboom van deze personen zitten er nu in zoveel als mogelijk. dus ook de vrouwelijke lijn.  de stamboom begint bij Joannis Cruijtz in CA 1580 in Hombourg een plaats bij Luik.

de meeste familie leden hebben in Vaals gezeten. er zitten net als in onze stamboom veel Duitse verwantschappen in, maar dat kan ook niet anders, Limburg was in die tijd een andere provincie al nu. de grens aan de zuidkant lag bij Verviers. 

of de 2 Crutzen familie zijn van elkaar zou kunnen mijn familie Crutzen Cruijtzerclaes heette in ongeveer dezelfde tijd, en in Gulpen op kasteel hoeve Nuwenborg en deze familie Cruijtz in Hombourg. in Cruitzerclaes zit immers het woordje Cruijtz. Cruijtzerclaes betekend niets anders dan Claes van Cruijtz. Dus het zou best kunnen dat ze gewoon dezelfde stamvader hebben verder terug in de tijd. Quirinus Crutzen was een collega van mijn vader op de mijn en hoort ook in deze stamboom thuis. Zijn kleindochter Anemoon heb ik wel eens ontmoet. 

er zitten nu 42808 mensen in de stamboom. 

zondag 30 augustus 2026

Herman Joseph Gelissen

 In de stamboom staan bijzondere mensen. 

Deze is dan wel onbekend maar toch. Hij zit in de stamboom van Nobelprijswinnaar Paul Crutzen. die gekoppeld is via de familie Nix aan mijn stamboom. 

Bij een site van de NVGT vond ik dit artikel van 2011

Op 5 december 2010 overleed te Bosch en Duin dr. Herman Joseph (‘Jo’) Gelissen op de leeftijd van 94 jaar. Hij werd op 24 augustus 1916 geboren te Echt (Limburg). In Utrecht studeerde hij medicijnen, waarna hij in 1943 zijn opleiding begon bij de chirurg dr. E.J.H. Hustinx in het voormalige St. Joseph Ziekenhuis te Heerlen. Hier verbleef hij tot 1945, toen hij opgeroepen werd voor militaire dienst, die hij doorbracht bij het Korps Mariniers, voornamelijk in het voormalige Nederlands-Indië.

Na zijn demobilisatie zette Gelissen de opleiding voort bij dr. M.C.A. Klinkenbergh in het St. Antonius Ziekenhuis te Utrecht. In 1950 volgde inschrijving in het specialistenregister. In 1952 verhuisde hij naar het Academisch Ziekenhuis te Leiden om zich onder leiding van zijn vroegere Heerlense mede-assistent, maar inmiddels tot hoogleraar Thoraxchirurgie benoemde Gerard Brom verder te bekwamen. Hier schreef hij zijn proefschrift ‘Coarctation de l'aorte. Généralités et résultats de 258 opérations’, waarop hij op 2 juli 1959 promoveerde. In 1958 keerde hij als staflid terug naar het St. Antonius Ziekenhuis. Hier ging hij zich in toenemende mate bezighouden met de longchirurgie en werd hij de chirurgische spil in het longteam als opvolger van Klinkenbergh. In die hoedanigheid waren velen langere of kortere tijd bij hem in de leer. Van 1974 tot 1979 was hij opleider voor de heelkunde, toen zijn associé Sander Schaepkens van Riempst, tevens een oude vriend uit de Heerlense periode, het opleiderschap heelkunde verruilde voor dat van het toen net zelfstandig geworden specialisme cardiopulmonale chirurgie. Ook na deze periode bleef Gelissen altijd zeer betrokken bij het reilen en zeilen van de heelkunde. Tot zeer recent bezocht hij de reünies en feestelijke bijeenkomsten en hij bleef goed op de hoogte van hoe het zijn oud-assistenten verging.

Op 26 november 1982 nam Gelissen afscheid met onder andere een symposium met een wetenschappelijke cocktail van thoraxchirurgische problemen, met als sprekers longartsen, thoraxchirurgen en algemeen chirurgen, die hij in al die jaren aan zich verplicht had. Vanwege zijn verdiensten voor de longchirugie werd hij in 1984 benoemd tot erelid van de Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose. Na zijn pensionering reisde hij veel, werkte in zijn tuin en speelde tot voor een jaar nog golf.

Gelissen trad niet gauw op de voorgrond. Maar wie met hem in aanraking kwam, raakte al spoedig onder indruk van zijn charme, warme belangstelling en luisterend oor. Zijn patiënten begeleidde hij op voorbeeldige wijze en het is niet verwonderlijk dat zij hem op handen droegen. En dat is wellicht het grootste compliment dat men een arts kan geven en ook zo was hij velen tot voorbeeld. Wij wensen Jeanne, kinderen en kleinkinderen alle sterkte toe om dit verlies te dragen.

vrijdag 28 augustus 2026

Lange Sjeng van Houtem. de Verzetstrijder van Wijlre.

 Lange Sjeng van Houtem, zit in de stamboom van Eva Crutzen. Zijn moeder was Hubertina Crutzen, zij was een zus van Simon Hubert Crutzen de overgrootvader van Eva Crutzen, die bij een mijnongeluk op de Domaniale mijn om het leven kwam op 1-10-1929. 

Lange Sjeng van Houtem was een verzetsstrijder.  dit vond ik over hem:

    Lange Sjeng van Houtem
    (Johannes Hubertus)


     16-06-1917 Mechelen      28-05-1945 Lübeck (27)
    Onderduikershulp L.O. - Wittem - Duikhoofden -


    Jan van Houtem was automonteur en duikhoofd van de L.O. in Wijlre. Daar had hij de bijnaam Lange Sjeng (Lange Jan).

    Hij werd gearresteerd bij de Klap van Wittem. De klap van Wittem wordt ook uitvoerig beschreven door Cammaert in de paragraaf over het LO-district Gulpen. 
    Via de gevangenis in Maastricht werd hij naar het concentratiekamp Vught gebracht. In eerste dagen van september 1944 werden in het Kamp Vught massaal gevangenen vermoord. Dat werd later bekend onder de naam Deppner-executies.
    De rest werd naar Duitsland ontvoerd, onder wie Jan van Houtem. Hij kwam daar in het concentratiekamp Sachsenhausen in Oranienburg terecht. Toen de Russen naderden, stuurde de SS hun gevangenen steeds verder Duitsland in. Die moordende tochten werden niet voor niets dodenmarsen genoemd. 
    Daarbij werd hij in een bos door de Russen bevrijd. Zijn toestand was toen erg slecht. Op 6 mei 1945 werd hij door bemiddeling van het Zweedse Rode Kruis opgenomen in een noodziekenhuis in Lübeck, dat op 2 mei door de Britten was bevrijd. Daar is hij op 28 mei overleden.
    In zijn dossier bij de OGS klinkt dat als volgt: Wegens illegaal werk te Wylré als duikhoofd der LO van het gewest Limburg, district Gulpen, op 21 Juli 1944 gearresteerd te Maastricht door SD. Na verblijf in gevangenis van Maastricht op 1 Augustus 1944 naar concentratiekamp Vught, op 6 September 1944 naar concentratiekamp Oranienburg-Sachsenhausen. Na evacuatietocht in westelijke richting tot in bos van Below bij Wittstock. Bevrijd en door Zweedse Rode Kruis naar Lübeck getransporteerd. Aldaar opgenomen op 6 Mei 1945 in het Notkrankenhaus Landesversicherungsanstalt, Kronsforder Allee, verpleegd door Dr. Schinagel en Sanitäter (verpleger) Max Geissler.
    Het dorp Grabow-Below, waar deze dodenmars door sovjet-troepen werd bevrijd, ligt halverwege tussen Oranienburg en Lübeck.
    Hij is aanvankelijk begraven op het „Vorwerker Friedhof“ in Lübeck. Bijna 3.000 doden uit concentratiekampen, Duitsers, Nederlanders, Polen, Esten, Letten, Oekraïners en Russen, liggen op die begraafplaats.
    Hij werd herbegraven op R.K. Begraafplaats te Wijlre, graf 1-9. 
    Zijn naam staat op het verzetsmonument Op de Eyserlinde, Wylré. 


    Johannes Hubertus ( Lange Sjeng ) van Houtem staat op de Erelijst 1940-1945 van de Staten-Generaal.



woensdag 19 augustus 2026

Verborgen verleden

 Jacobus Leonardus Krutzen houdt Nicolaas van Zwam aan wegens dronkenschap. Nicolaas is de overgrootvader van Klaas Dijkhof. Jacobus Leonardus is familie van mij we hebben dezelfde stamvader. 


woensdag 5 augustus 2026

Overleden Ria Delahaije-Weusten


 Ria was de vrouw van Jos Delahaije Josef Wilhelmus Nicolaas.  zoon van Wiel Delahaye en Annie Meurders. Jos overleed 23-3-2025. 


maandag 3 augustus 2026

3 augustus 1951


Toen werd ik geboren.  Het was een vrijdag. de vroedvrouw had aangekondigd dat het dan nu moest gebeuren, ze moest op vakantie en het was te omslachtig om die af te zeggen  want, meneer en mevr. Pelen waar ze mee bevriend was werden ongeduldig. In de loop van de middag kwam de vroedvrouw en de spuiten werden gezet om de weeën op te wekken. Mijn vader speelde bij de fanfare Sint Callistus en die derde augustus was de eerste dag van het allereerste WMC, hij zou en moest spelen en dat kind kwam wel, als er iets was dan konden ze hem dan wel halen. 

Om 22:00 uur was het dan zover en ik werd geboren. Ik was 18 dagen te laat, Men had gehoopt dat ik op 16 Juli geboren was, maar helaas was ik een beetje langzaam en dat langzame is altijd gebleven. Mijn vader hebben ze dan toch maar gehaald. Voor mijn moeder was ik altijd Mienge Jong. Jammer dat daar niks meer van over bleef, toen ze ontdekte dat ik geboren was met een geboorte-afwijking.  Mijn vader was er niet bij de geboorte en daarna ook nooit meer, alleen als hij mij een pak rammel gaf, dan was hij er. 

Wie zal er als eerste op bezoek zijn gekomen. tante Maria woonde in die tijd op de Heerlerbaan als ik me goed herinner op de Vullingsweg. Dat was toen een stuk anders dan als het nu is, ik kan het me nog herinneren hoe het vroeger uitzag. Tante Bertha woonde op het Vredeshofje nummer 8 in die tijd, Naderhand zouden ze verhuizen naar de Heistraat. 

Het zondags 5 augustus werd ik gedoopt, toen was natuurlijk Rim die op het Dalpad op de Molenberg woonde. Hoe zou hij gereden zijn, zou hij langs de in aanbouw zijnde Witte Wijk (daar woon ik nu) gereden zijn om op Terwinslen te komen, of is hij meteen over de Kerkraderweg gekomen. Tante Tila woonde wel al op de Ubachs Berg maar hadden nog geen café en woonden gewoon in een rijtjeshuis. De doop op de zondag, kwam natuurlijk goed uit, iedereen had vrij. Het zal druk zijn geweest die dag. en daarna nooit meer op mijn verjaardag. Waar ik mijn naam aan te danken had, dat weet ik niet. in 1951 was er een film over mijn patroonheilige in de bioscoop en mijn ouders gingen, ondanks dat ze 2 kinderen hadden nog steeds naar de bioscoop, of kwam het door 2 nichten van mijn moeder die bij een kloosterorde hoorde van die naam, of  door opa Senden die een broer had met die naam of kwam het dat ze gehoopt hadden dat ik 19 juli geboren zou zijn, want op die dag had ik naamfeest.. men had het er altijd over dat ik 14 dagen te laat was, dat kan kloppen 19 juli is 15 dagen eerder. 

vrijdag 31 juli 2026

Kranten Artikel met raadsels.

 

Laten we bij het begin beginnen Maria Barbara Lahaye geboren 19 januari 1820 trouwt met Joannes Henricus Smeets.

Het echtpaar krijgt 5 kinderen waaronder Carolus Hubertus Smeets geboren 6 februari 1858.  Carolus trouwt met Maria Helena Jennekens geboren27-5-1859 beide zijn getrouwd 16-10-1884 en krijgt maar liefst 14 kinderen. Tenminste ik heb er 14 gevonden. bij de kinderen zitten 2 kinderen met de naam Maria Elisabeth en ze leven allebei. De eerste wordt in 1886 geboren  en trouwt met Johannes Christiaan Hubert van Loo en de laatste in 1901 en het gaat om de laatste want zij trouwt met Jozef Pieters die in 1904 geboren is. Het huwelijk is in 1927.  Maria Elisabeth heeft dan al een zoon, die op 7 september 1915 geboren is. De moeder is dan 14 jaar. Dat kan, meisjes kunnen met 13 jaar al vruchtbaar zijn. Dat de jongen niet erkent wordt door de dhr Pieters lijkt me logisch ze schelen elkaar maar 11 jaar. De Jo in het Krantenartikel is Hubertus Johannes Michiel Smeets. Hij komt om bij een Mijn-ongeluk op de staatsmijn Wilhelmina op 6 juli 1946, door een gasontploffing waar nog 7 andere koempels het leven lieten. Zijn naam is terug te vinden in de Gedachtenis Kapel die op het voormalige Mijnterrein van de Staatsmijn Wilhelmina is gebouwd. Het verhaal is aangrijpend, een jonge moeder die haar kind op zeer jeugdige leeftijd heeft moeten groot brengen in een tijd waar zulke mensen veel hoon over zich heen kregen, anderzijds, dat ze haar zoon verloor in een van de vele mijnongelukken. Vaak wordt de tijd van de mijnen geromantiseerd, maar wie de tijd heeft mee gemaakt, weet dat het helemaal niet romantisch was, waar de dood altijd meeliep en op ongepaste tijden toe kon slaan. 


woensdag 29 juli 2026

DVD opnames reünie 1984.

 Er schijnt een DVD te zijn van de opnames van de reünie van 1984 en van de 50 jarige bruiloft van Hubert en Bertha in 1987. Ze weten niet wie de opnames gemaakt hebben. Dat weten ze wel. Wantbiknheb Annie Hoen er op attent gemaakt dat die opnames bestaan, want ik heb ze gemaakt, met de camera van mijn vader een draagbare Hitachi VHS video recorder met een Panasonic camera er bij. Dus ik heb dan ook de auteursrechten. 

maandag 27 juli 2026

Delahaye van Lieshout

blz224 boek 6 c


Elisabeth Maria van Lieshout is geboren 10-5-1921 Ik vind haar terug in het archief van Amsterdam. ze is in Tilburg geboren en niet in Heerlen. ze heeft nog even in Geleeen geweest maar de andere adressen zijn in Amsterdam het sint Hubertus gesticht is nu een Hotel. In 1944 is ze verhuist naar de Hendrik van Veldekestraat in Heerlen. dat is in de Stuitwijk op de Molenberg.  Op de kaart staat wel de naam Delahaije, maar hij is niet terug te vinden in het archief van Amsterdam Het huwelijk is ook niet terug te vinden in Nederland. dat moet ergens anders hebben plaatsgevonden. Overigens is Josephus Franciscus Petrus Marie als zoon betitelt, maar zo zal hij niet in de archieven staan, want als het huwelijk in 1946 is geweest, dan is het een onecht kind, want hij is in 1944 geboren. 

Er staat maar 1 Eugene Delahaije in de archieven van Nederland en die is in 1840 geboren. 

Ze zijn niet in Nederland getrouwd dat staat vast. Michel Eugene Delahaye of Delahaije of de la Haije of  de la Haye of zonder de voorvoegsels of laaie of Lahaye komt niet voor in de  archieven van Nederland Michiel Delahaye komt 1 maal voor maar dan in 1840. 

Misschien zijn ze voor de kerk getrouwd in Heerlen, maar dat telt niet. 


woensdag 22 juli 2026

Don‘t give up

 Ik heb een NAD reciever/versterker een van de Master serie, een draaitafel van hetzelfde merk en een paar weken geleden brachten ze de C589 cd speler uit. Mijn geluidsboxen zijn van Hepta gekocht in 1992 en zelf gereviseerd met onderdelen en een schema van de maker. Het geluid is nog steeds subliem. De CD speler en de versterker zijn met analoge kabels verbonden van audioquest de Red River. De CD speler is bijzonder. De kwaliteit is enorm. Muziek krijgt een andere dementie. Nu ben ik de meer als 400 cd’s die ik in de loop van de tijd verzameld heb, opnieuw aan het afspelen. En kwam aan de CD van Peter Grabriel. Daar staat het liedje op, DON’T GIVE UP. Ik kreeg het ooit cadeau van Felicita’s toen ik weer eens op zoek was naar mijn identiteit. You have friend is een regel in het refrein. . Nou daar heb ik niks van gemerkt, ik weet niet wat ze onder vriendschap is bij haar. Ja als je doet wat zij zegt, dan is dat zo, maar oh wee als je een eigen mening hebt, dan is het over. En nee opgegeven heb ik nooit, zit niet in mijn karakter, mijn identiteit heb ik ook gevonden. Op mijn manier weet ik toch dingen te veranderen. 

Apple paste wereldwijd de Apple ID aan op mijn verzoek. Je kunt nu je eigen aanspreektitel pakken Kleine organisaties zoals Omnibuzz volgde. 

Vorige week een gesprek gehad met hoofd personeelszaken van Zuyderland, over discriminatie en voorstellen gedaan om de omgangsvormen te veranderen en het ziekenhuis naar de 21ste eeuw te brengen.  Er wordt een regelmatig overleg gestart met het discriminatie bureau Limburg om verandering te bewerkstelligen.  Niks doen is geen optie. Elk mens is gelijk. Ook al menen mensen in mijn familie dat Klinefelters debiel zijn (met een IQ van 140) achtergesteld moeten worden, en dan verbolgen zijn als je de behandeling van schijn linkse mensen naar buiten brengt. Dan spelen ze ook nog het slachtoffer. Voor hen geld de grondwet niet. Ze hebben hun eigen grondwet. De grondwet van de dictatuur.  

dinsdag 21 juli 2026

Koppeling tussen Lahaye en Honger 2

 Jean Joseph Slegers trouwt 15-11-1865 met Maria Catharina Lahaye. Maria Catharina is een dochter van Gerardus Lahaye Boek 6 C hoofdstuk 14 VIIA. Jean Joseph was al eens eerder getrouwd geweest met  Anna Maria Everaerts. Anna Maria was de weduwe van Werner Schijns de moeder van Werner was Maria Catharina Honger, dochter van Arnold Honger uit Simpelveld. en Arnold was de voorvader van Anna Maria Hunger die getrouwd was met Jan Joseph Hubert Crutzen mijn overgrootvader. goed het is geen bloedverwantschap, maar het laat wel zien hoe klein Limburg was en dat iedereen iedereen kende. 

donderdag 9 juli 2026

Koppling tussen Lahaye en Honger

 Hoofdstuk 14 van Boek 6C. Maria Agnes Lahaye dochter van Gerardus Lahaije trouwt met Pieter Ummels. ze krijgen 6 kinderen waarvan 3 levenloos geboren. Hun oudste zoon Thomas trouwt met Maria Catharina Schins of Schijns. ze is geboren in Vaals, dan gaan bij mij alle bellen rinkelen, want deze familie komt veelvuldig voor in mijn stamboom en zorgt voor de nodige koppelingen tussen veel families. Maria Catharina is de dochter  Werner en Anna Maria Everts of Everaerts. Werner is de zoon van Joannes Wenerus die getrouwd is met Maria Catharina Honger is  wiens vader een voorouder is van Anna Maria Hunger mijn overgrootmoeder, die met Jan Joseph Hubert Crutzen getrouwd was.  

Maria Catharina Schins was geboren in 1845 en mijn overgrootvader Jan Joseph Hubert, was van 1843, waar je dus vanuit kunt gaan dat ze elkaar gekend hebben, niet wetende dat ze familie van elkaar waren, of toch wie zal het zeggen. Zo zie je maar weer, als je de vrouwelijke lijn doet kom je tot allerlei ontdekkingen, die anders verborgen zouden zijn gebleven, en die nu net het stamboom maken zo leuk maakt. 

zondag 14 juni 2026

Een vergeten Baron

Zijn ze een Baron vergeten bij de familie Delahaije Baron van Rijckholt notabene die Maria Christina Francisca De La Haije trouwt. Nu moet ik wel zeggen dat de familie Bounam van oorsprong glasblazers waren die daar een fortuin mee verdiend hadden en met dat geld kochten ze  kasteel Rijckholt en werden in de adelstand verheven. Theodorus Franciscus Maria Deotantis de Bounam moet een zoon van Jean Maximiliaan de Bounam zijn geweest. maar hij is nergens te vinden alleen dit huwelijk staat in Aezel.  Francisca is ook niet te vinden maar daar moet wel bij vermeld worden dat ze in Luik is geboren. Ik moet eens gaan kijken bij Agatha, dat zijn de Belgische Archieven. het huwelijk was 1765 dus ze zal rond de 1730 tot 1735 geboren zijn.  maar ja waar in Luik, daar is geen beginnen aan, dat mag de familie Delahaije zelf doen.  

Als je bij Aezel de naam De La Haije in tikt, dan zoekt hij ze allemaal,  als je ze bekijkt zijn ze de helft vergeten. of verkeerde achternamen zo kreeg  Anna NN die getrouwd was met Leonardus Delahaye de naam Beek mee. Maar uit een geboorte van een van de kinderen heten ze Meessen.  Aezel is de moderne uitgave van Alle Limburgers wat door Jo Hoen is opgezet, daarom is het des temeer verwonderlijk dat dit huwelijk niet in de stamboom staat. 

maandag 8 juni 2026

Joannes Cruijtserclaes

 Joannes Cruijtseclaas was dienstbode bij Winand Della Haye op de hoeve Neubourg in Gulpen. zo staat het in de archieven, Hij moet een bijzondere plaats hebben ingenomen, want hij was niet alleen de getuige bij de doop van Sebastian Delahaye maar bij een heleboel andere kinderen in die tijd, wellicht kinderen van arbeiders op die Hoeve. misschien was hij het hoofd van het personeel van die hoeve en trad hij op als diens vertegenwoordiging. 

Ik stuit in mijn stamboom op Barbara Crutserclaes diens voorvader was Chrijsanthus Crutserclaes Bij de geboorte van Grijsanthus is Laurentia Delahaye getuige. alleen die Laurentia is niet terug te vinden.  nu zijn er verschillende mogelijkheden wie die Laurentia kan zijn. Piettre Delahaye geboren ca 1580 is getrouwd met Laurette Wadeleux zie boek 3a. nu zou deze Laurette wat ook wel Laurentia werd genoemd de getuige kunnen zijn want ze overlijdt pas in 1677. en Grijsanthus ia van 1635.  Chrijsantus zou de zoon van Joannes kunnen zijn geweest. Laurentia kan ook een dochter van Piettre geweest kunnen zijn, maar ze staat er niet bij.  dat Grijsantes omging met die familie blijkt uit het feit dat in zijn gezin 2 kinderen Mathias heette. 

en ik denk dan toch wel dat Grijsanthus een zoon van Joannes is geweest. 

ik stuit op 8-1-1644 dat een Joannes Cruijtsens Trouwt met Catharina Delhaije. De verbasteringen en verschrijvingen bij de familie Crutzen is net zo erg als bij de familie Della Haye. de 2 getuigen zijn Bartholeije Delhaije en Matthias Delhaije.  Catharina is de dochter van Piettre Della Haye en Laurette Wadeleux Joannes Cruitsens is de zoon van Joannes Cruijtserclaes. Bartholeije en Matthias zijn de broers van Catharina. Volgens het boek trouwt Catharina met Joannes Paulissen, maar daar staan wel meer fouten in. Joannes komt op 28-8-1644 te overlijden en daarna zal ze dan wel met die Paulissen getrouwd zijn. In het boek staat het Huwelijk van Anna Delhaye met Nicolaes Betonville en zij heeft de zelfde getuigen bij het huwelijk als bij Joannes Cruijtsens en Catharina Delhaije. dus het is vrijwel zeker dat Catharina eerst met Joannes Cruitsens is getrouwd en na diens overlijden met Joannes Paulissen. dus mijn ouders waren niet de eerste waar een Crutzen met een Delahaye trouwde Joannes Ging hun voor. Dat laat meteen zien dat de vader van Joannes Joannes Cruijtserclaes een bijzondere plaats moet hebben gehad op Nieuwenborg anders had een gewone  arbeider niet kunnen trouwen met de dochter van de baas. 

Bij de geboorte van Maria Magdalena Dedelhaye stond bij 3 1633 en in Pasacken in het boek menen ze dat het kind in Pasaken geboren is maar dat is natuurlijk onzin. Vanuit het latijn is in Pasacken vertaald met de Pasen en dan vraag je Gemini wanneer de pasen was in 1633 en die geeft je dan 27 maart 1633. dat klopt dus het is immers in maart geboren de derde maand van het jaar.  Je leert nog een beetje latijn als je een stamboom maakt. Maria Magdalena is een dochter van Sebastianus  Dedelhaije en de kleindochter van Winand de La Haye die geboren is in 1590 endhens halfbroer is Bastin De la haye. 

rth 

zondag 31 mei 2026

De geschiedenis van Proffesor Cortini

 De geschiedenis van Professor Cortini, zijn echte naam was Johan Hubert Crutzen. Hij was een broer van Paul Crutzen (mijn kapper in Chevremont toen ik klein was ) en een neef van mijn vader.  Ik vond op  Internet zijn levensverhaal en hoe hij wist te overleven in de Japanse kampen als krijgsgevangene. 


De Grote Cortini: De goochelaar van de Changi-krijgsgevangenen

De Nederlandse goochelaar en illusionist 'The Great Cortini' (De Grote Cortini) raakte verwikkeld in de oorlog in het Verre Oosten en eindigde als krijgsgevangene van de Japanners. Hij gebruikte zijn goochelkunsten om het moreel van zijn medegevangenen op te vijzelen en om de brute en barre omstandigheden van de gevangenschap en de dwangarbeid te overleven.


Gevangene van de Japanners

Toen het Japanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog enorme gebieden in Zuidoost-Azië en de Stille Oceaan onder de voet liep, namen ze bijna 200.000 geallieerde soldaten, mariniers en vliegeniers gevangen. Nog eens duizenden kwamen om bij het verzet tegen de invasie.

De oorlog in Europa had de betrokkenheid van Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland in de regio verzwakt. Het Verre Oosten lag wijd open voor Japans droom van dominantie in heel Azië.

Een van de gevangengenomen militairen was een Nederlandse entertainer die bekendstond als The Great Cortini of Professor Cortini. Cortini (echte naam Hubert Joseph Crutzen), geboren op 29 december 1912, kwam uit Vaals in het zuidoostelijke puntje van Nederland. Van beroep was hij goochelaar/illusionist, en tijdens de oorlog diende hij als soldaat (soldaat der tweede klasse) bij een transportdivisie.

Cortini bevond zich in Magelang, Centraal-Java, waar hij de verdediging van Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) ondersteunde toen de Japanners op 17 december 1941 een campagne startten om de eilanden te veroveren. De invasie begon tien dagen na de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor in Hawaï, die ertoe leidde dat Nederland de oorlog verklaarde aan het Keizerrijk Japan.


(Afbeelding: Soldaten van het Keizerrijk Japan op een aanvalsschip tijdens WO2 — Bron: Publiek domein)

Naarmate de Japanse invasie van Nederlands-Indië vorderde, namen zij duizenden Nederlandse militairen en burgers gevangen. Java gaf zich formeel over aan de Japanners op 12 maart 1942. Op of rond deze datum (waarschijnlijk 17 maart) werd Cortini krijgsgevangene (POW).

Aanvankelijk hielden de Japanners het gevangengenomen personeel vast op de eilanden waar ze gevangen waren genomen. Zo bracht Cortini zijn eerste acht maanden als krijgsgevangene door op Java.

Eind 1942 transporteerden de Japanners echter veel van de Nederlandse krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden van Java en Sumatra naar Singapore, waar de meeste Britse, Australische en andere geallieerde gevangenen werden vastgehouden.

Cortini werd vervoerd op een schip dat overvol zat met andere krijgsgevangenen (bekend als een hell ship vanwege de erbarmelijke omstandigheden en de vele sterfgevallen tijdens de reis) vanuit Batavia, de hoofdstid van Nederlands-Indië [nu Jakarta in Indonesië]. De SS Oryoku Maru vertrok op 27 oktober 1942 uit Batavia met krijgsgevangenen Groep Nr. 5 en kwam een week later, op 2 november, aan in Singapore.




(Afbeelding: SS Oryoku Maru, een Japans passagiers-/troepenschip gebruikt voor het transport van krijgsgevangenen — Bron: Wikipedia)

De bestemming van de krijgsgevangenen, Singapore, was in februari 1942 in handen van de Japanners gevallen toen het door de Britten geleide garnizoen daar gedwongen werd zich over te geven. De Japanners hielden zo'n 3.000 burgers vast in de Changi-gevangenis in het oostelijke deel van het eiland en bouwden een complex van nabijgelegen kazernes van het Britse leger om tot een kamp voor 50.000 geallieerde krijgsgevangenen.

De Changi concertparty's

Cortini kwam begin november 1942 aan op het schiereiland Changi. Tegen die tijd hadden de gevangenen verschillende concert parties (theatergezelschappen) opgericht om de verveling van de gevangenschap tegen te gaan. Deze concertparty's waren groepen entertainers, deels amateur en deels professioneel, samengesteld uit de rangen van de eenheden die krijgsgevangen werden gehouden of de burgers die samen met hen vastzaten. Ze voerden toneelstukken, musicals, variétéshows, concerten en ander amusement op om het moreel van hun publiek te stimuleren.

In de eerste maand dat Cortini arriveerde, trad hij op in een variétéshow met de 18th Division Concert Party. Dit gezelschap bestond uit tien artiesten, waaronder de Britse artillerist en lid van The Magic Circle, Fergus Anckorn. De krijgsgevangenen voerden de show op in The New Windmill Theatre, een podium/gehoorzaal gebouwd in een voormalig NAAFI-gebouw (kantinegebouw). Cortini, een net gearriveerde attractie, was de hit van de show:

"De Nederlandse illusionist, 'Professor' Cortini, trad met ons op. Hij was natuurlijk nergens professor in. Sterker nog, hij was nauwelijks opgeleid, maar hij was een eersteklas illusionist."

Als professioneel goochelaar nam Cortini uiteraard het voortouw bij de oprichting van een Nederlandse concertparty.

"Hij noemde zichzelf 'the Great Cortini' en zijn act heette 'Cortini's Magical Eye'. Zijn troupe noemde hem 'de Professor' en toen ik ging kijken of ik hem kon ontmoeten, werd mij door zijn troupe verteld: 'De Professor rust momenteel uit. Je zult later moeten terugkomen.' Welnu, ik ging later terug en had een goed gesprek met 'de Professor'. Hij nodigde me uit om als goochelaar deel te nemen aan zijn show..."

In januari 1943, twee maanden na hun eerste gezamenlijke optreden, werkten de twee samen aan een volledige show die in het teken stond van magie. Magic Nights werd opgevoerd in een ruimte die bekendstond als The Palladium Theatre in de buurt van het Roberts Hospital binnen het krijgsgevangenencomplex. Anckorn herinnerde zich:

"Omdat de faciliteiten van het theater zo goed waren, brachten we volledige goochelshows, met de illusie-act van de Professor – mensen doormidden zagen en dat soort dingen – en ik die een bescheiden hoeveelheid goochelwerk deed."

"Eén show die we deden begon in een macabere toon, passend bij onze omgeving. Het licht ging uit en de gordijnen werden gedeeltelijk geopend, waarna de Professor daar tussen stond. Maar terwijl je keek, veranderde hij geleidelijk in een skelet – een compleet skelet – en daarna veranderde hij weer in een man, boog en verdween achter de sluitende gordijnen."

Andere illusies omvatten een guillotine, een zweefact en mogelijk een act met levende dieren.








(Afbeeldingen: Een programma voor de Magic Nights, met in de hoofdrol The Great Cortini en Fergus Anckorn (januari 1943) & De lijst met acts in de Magic Nights-show — Bron: The Jack Wood Collection)

Gezien het feit dat Cortini een krijgsgevangene was in een krap, smerig kamp, is het ongelooflijk dat hij ten eerste een avondvullende goochelshow op poten wist te zetten, en ten tweede dat deze ogenschijnlijk hoogwaardige illusies bevatte. Ik ken geen andere voorbeelden van goochelkunst die op deze schaal tijdens de Tweede Wereldoorlog in een ander krijgsgevangenenkamp werd beoefend.

Cortini heeft mogelijk enkele kleine rekwisieten kunnen behouden toen hij gevangen werd genomen en tijdens zijn gevangenschap op Java en zijn overplaatsing naar Singapore, maar de rest moet hij hebben gemaakt terwijl hij vastzat in het Changi-complex. De schaal van zijn show in Changi was zo groot dat hij werd ondersteund door zijn eigen gezelschapsmanager, toneelmeester, elektricien en assistenten (gekozen uit zijn mede-krijgsgevangenen).




(Afbeeldingen: Geallieerde krijgsgevangenen in het Changi-complex in het oosten van Singapore & Een artiest op een geïmproviseerd podium in Changi — Bronnen: Imperial War Museum / Publiek domein)

Na enkele maanden van overbevolking in de Changi-gevangenis en de nabijgelegen kazernes, selecteerden de Japanners groepen krijgsgevangenen om van het schiereiland Changi te verhuizen naar nieuwe kampen in Thailand. De Japanners beloofden betere omstandigheden. Maar de herplaatsing werd een reis naar de hel.

De Dodenspoorlijn

Om hun oorlogsinspanningen te ondersteunen, besloten de Japanners een spoorlijn aan te leggen van Thailand naar Birma. Dit stelde hen in staat om hun troepen die tegen de geallieerden vochten in Birma over land te bevoorraden, waarmee ze zeeroutes omzeilden die kwetsbaar waren voor aanvallen van geallieerde oorlogsschepen en onderzeeboten. Zodra de spoorlijn voltooid was, waren de Japanners van plan de Britten in India aan te vallen, evenals de geallieerde bevoorrading naar China.

De bouw van de Thailand-Birma spoorweg (ook bekend als de Birma-Thailand of Birma-Siam spoorweg) begon medio 1942. Deze liep van Nong Pladuk in Thailand naar Thanbyuzayat in Birma (nu Myanmar). Het was een monumentale constructie-inspanning die meer dan een jaar in beslag nam, waarbij de 415 kilometer lange route van de spoorweg door rijstvelden, dichte jungle en heuvels sneed en verschillende rivieren overstak.




(Afbeelding: De Dodenspoorlijn — Bron: Philip Cross)

Om troepen vrij te maken voor andere fronten, zette het Japanse leger 60.000 krijgsgevangenen en gedetineerden in om de spoorweg te bouwen. Hieronder bevonden zich troepen uit het Britse Rijk, Nederlandse en koloniale militairen uit Nederlands-Indië en enkele honderden Amerikaanse militairen die grotendeels tijdens de Slag in de Javazee gevangen waren genomen. Toen deze manschappen niet in staat bleken te voldoen aan de krappe deadlines die de Japanners voor de voltooiing van de spoorweg hadden gesteld, lokten of dwongen ze 200.000 Aziatische arbeiders (rōmusha's) om voor hen te werken.

Gevangenen op het schiereiland Changi werden naar werkkampen in Birma of Thailand gestuurd om de spoorlijn aan te leggen. Cortini werd op 15 januari 1943 vanuit Singapore naar het binnenland ('up country') getransporteerd. Er wordt aangenomen dat hij eerst naar een kamp in Nong Pladuk werd gestuurd. Gelegen tussen de rijstvelden en bananenplantages, was Nong Pladuk het startpunt voor de Thaise kant van de spoorweg. Maar mogelijk is hij daar niet lang gebleven, aangezien hij, net als veel van het Nederlandse contingent krijgsgevangenen, in Birma belandde. Hij was gestationeerd in Regue, op 100 kilometer van het einde van de spoorlijn.




(Afbeelding: Krijgsgevangenen in het Verre Oosten aan het werk aan de Thailand-Birma spoorweg — Bron: BBC)

Uitgehongerd, zonder medicijnen en gedwongen om onmogelijk lange uren te maken op afgelegen, ongezonde locaties, kwamen meer dan 14.000 krijgsgevangenen om het leven bij de aanleg van de spoorweg. Het aantal dode rōmusha's bereikte waarschijnlijk de 94.000.

Het sterftecijfer onder de Nederlandse gevangenen en gedetineerden die aan de spoorweg werkten, bedroeg 16%.

Mentale ontsnapping aan de dwangband

Ontsnappen uit de krijgsgevangenenkampen in Thailand en Birma was praktisch onmogelijk. De bases lagen te ver van de bevriende linies, de reis was te gevaarlijk en de overlevingskansen waren te klein.

In plaats daarvan zochten sommige krijgsgevangenen een mentale ontsnapping en vonden de energie om 's avonds of op incidentele rustdagen amusement te organiseren voor hun medegevangenen.

Het werken aan kampamusement gaf de betrokkenen een doel en een gevoel van teamgeest terwijl ze aan de spoorlijn zwoegden. En wanneer de gevangenen het toneelstuk, de revue of het concert opvoerden, bracht dat een oprecht gevoel van voldoening. Dit soort zaken was moeilijk overeind te houden onder de barre omstandigheden waarmee de krijgsgevangenen in het Verre Oosten kampten. Een tweede voordeel was simpelweg plezier en escapisme. De artiesten en het podiumpersoneel konden vanaf een vroeg stadium van de repetities opgaan in de productie. Tijdens de voorstellingen konden zij en hun publiek voor een uurtje of twee ontsnappen naar een gelukkiger wereld.

Charles Pryor, een matroos die de ondergang van de USS Houston overleefde en eindigde als een van de weinige honderden Amerikaanse krijgsgevangenen die aan de spoorlijn werkten, herinnerde zich dat hij een van Cortini's geïmproviseerde optredens zag in Hlepauk, aan de rand van de Birmaanse jungle:

"Ik denk dat we zes weken werkten voordat we onze eerste yasumi [Japans voor rustdag] hadden. Ik weet nog dat toen die eerste dag aanbrak, een paar jongens met talent een concert organiseerden; we verzamelden ons op een stukje hoger gelegen grond daarbuiten en lieten dat het podium zijn. Degenen die iets konden, zongen een liedje of droegen een gedicht voor of zoiets... We hadden een Nederlander bij ons die een professionele goochelaar was [Cortini]. Natuurlijk was hij een goede entertainer... Sommige rōmusha's uit een naburig werkkamp kwamen naar de show kijken, maar toen de goochelaar een truc deed waarbij een zakdoek in de lucht danste, maakten ze dat ze wegkwamen."

Cortini's goochelkunsten hielpen hem de barre omstandigheden van zijn gevangenschap en dwangarbeid te overleven. Toen zijn Japanse bewakers hoorden van zijn talent, liet de kampcommandant de Nederlander vaak halen om trucs te vertonen. Hij verwierf daarmee een bevoorrechte, hoewel gevaarlijke positie. Sommige bewakers waren zo onder de indruk van Cortini's magische effecten dat ze diep bogen uit respect wanneer ze hem zagen, en hem af en toe onbegeleid het gevangenenkamp lieten verlaten.



(Afbeelding: Een Japanse krijgsgevangenenkaart voor Cortini (Johan Hubert Crutzen) — Bron: Nationaal Archief)

Een reizend theatergezelschap

In november 1943, een jaar na de aankomst van de eerste krijgsgevangenen uit Singapore om aan de Birmaanse kant van de spoorweg te werken – en een maand nadat de spoorweg grotendeels voltooid was – verordonneerde de Japanse commandant aldaar dat er ter gelegenheid hiervan een reeks revueshows door krijgsgevangenen gehouden moest worden. Een groep gevangengenomen artiesten werd uit verschillende kampen samengesteld tot een reizend gezelschap, een zogenaamde 'flying concert party'.

Variétéshows of revues vereisten de minste repetitietijd en waren voor de krijgsgevangenen het makkelijkst te organiseren. Aan elkaar gepraat door de grappen en het commentaar van een conferencier, of een flinterdun verhaallijn, konden ze de meest uiteenlopende artiesten herbergen die in het kamp te vinden waren.

Cortini werd gevraagd om zich bij deze multinationale concertparty aan te sluiten, waar hij optrad naast Britten, Australiërs en anderen. Met een minimale voorbereiding en repetitietijd gaf de concertparty haar eerste optreden op 19 november in het werkkamp Aungganaung (kilo 105), alvorens te beginnen aan een hectische vijfdaagse tournee.

Het reizende gezelschap pendelde op en neer langs de lijn en trad op in de werkkampen van de krijgsgevangenen, waarvan de meeste zelf geen entertainment hadden. Ter voorbereiding op het bezoek van de groep gaven de Japanners de gevangenen in kampen zonder podium de opdracht er een te bouwen.

Na een jaar zwoegen aan de spoorlijn was de show een welkome, zij het vluchtige, verlichting voor de gevangenen.

Na de show in Little Nikki, net over de grens in Thailand, schreef majoor Jim Jacobs van de spoorleggende Mobile Force No. 1 over het bezoek van de concertparty:

"Ze gaven ons die avond een schitterende show... Het was een professionele, verfrissende show die onomstotelijk bewees dat er, ongeacht het lijden, altijd een groep is die ellendige momenten kan minimaliseren en het moreel kan opbouwen."

De driehonderd Nederlanders/Indische Nederlanders die vanuit het hoofdkamp in Little Nikki waren komen lopen om naar het concert te luisteren, deelden zijn mening.

In Paya Thanzu Taung zei krijgsgevangene Arnold Jordon:

"Een van de mooiste staaltjes van tovenarij en vliegensvlugge vingervlugheid die men zich waar dan ook zou kunnen wensen, werd gegeven door een slimme jonge Nederlandse jongen [Cortini] die, met niet meer dan een gescheurd overhemd om zijn magere ribbenkast te verbergen en dienst te doen als de wijde mouwen van het vak, ons verrukte met zijn optreden."

Goochelen zonder rekwisieten en geheime hulpmiddelen is ongelooflijk moeilijk, maar Cortini improviseerde en overwon deze uitdagingen. Voorbeelden van de trucs die hij uitvoerde waren het laten zweven van ijzeren staven en het tevoorschijn toveren van munten uit blokken hout.

Op weg van de flying concert party naar Khonkhan, het meest westelijke kamp van hun tournee, stopte het gezelschap in Regue, het thuiskamp van Cortini en diverse andere Nederlandse/Indische artiesten uit de groep. Daar gaven ze twee voorstellingen voordat ze naar Khonkhan vertrokken. Ze sloten hun tournee op 23 november af in Mezali, waar ze drie dagen later een galavoorstelling (command performance) gaven voor luitenant-kolonel Nagatomo.

Nagatomo stelde voor om van de concertparty een permanent gezelschap te maken dat langs de kampen van de spoorweg zou blijven reizen. De artiesten wilden echter niets van dat plan weten, omdat ze het onrechtvaardig vonden om permanent te entertainen terwijl hun mede-krijgsgevangenen zwoegden. Twee dagen na de galavoorstelling ging de sterrenploeg uit elkaar en keerden de leden terug naar hun eigen kampen.

Verder trekken

Een maand later, in december 1943, trad Cortini op in een andere show. De productie, in Regue, was een uitgebreide Afscheidsvoorstelling georganiseerd door de Rimboe Club, een van de concertparty's. Andere acts op het programma waren een openingsrepertoire door van Dorst (de adjudant van de Nederlandse eenheid); een mappentrommel door van Dalmen "en zijn mannen"; van Damm met zijn muzikanten, de "Dutch Blue Four"; en een finale met een 'Miss Waikiki' die een Hawaïaanse hula uitvoerde.




(Afbeelding: Souvenirprogramma voor de Afscheidsvoorstelling met Cortini (december 1943) — Bron: Lodewikus D. De Kroon, Museon, Den Haag)

Ze zetten de show op ter ere van een groep krijgsgevangenen uit Regue die vertrok naar een nieuw basiskamp in Thailand. Cortini werd in een latere groep naar Thailand gestuurd. Er volgde nog meer zware arbeid.

Er zijn ook aanwijzingen dat hij eind 1944 of 1945 naar Frans-Indochina [nu Vietnam, Cambodja en Laos] is gestuurd.

Overwinning op Japan

Na die afscheidsvoorstelling in Regue duurde het nog 18 maanden voordat de geallieerden het Keizerrijk Japan op 15 August 1945 tot overgave dwongen. Met veel geluk, en een beetje hulp van zijn magie, overleefde de 32-jarige Cortini de Japanse gevangenschap. Hij was zwaar ondervoed en ziek, maar hij leefde.

Het is goed gedocumenteerd dat de entertainers onder de krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden, met hun muziek, magie en vrolijkheid, een cruciale rol hebben gespeeld bij het helpen van de gevangenen aan de Thailand-Birma spoorweg om de onvoorstelbare ontberingen van dat bouwproject en de jaren van gevangenschap die volgden te doorstaan.

Het amusement dat zij produceerden, maakte voor velen het verschil tussen leven met hoop en wegzinken in wanhoop.

Aan boord van een transportschip dat na de bevrijding naar huis voer, werd de waarde die entertainment in het leven van de krijgsgevangenen had gespeeld besproken door militaire artsen. "Er zijn veel levens gered," zeiden ze. "Niet alleen onder degenen die daadwerkelijk ziek waren, maar ook onder degenen die gemakkelijk bezweken zouden zijn als ze geen reden hadden gehad om te leven."

Na de oorlog

Na de oorlog vertrok Cortini naar Nederland om te herstellen en zijn carrière in de goochelkunst weer op te pakken.

Terug in Amsterdam in zijn vaderland bezocht Cortini in augustus 1946 een Internationaal Goochelaarscongres. Het congres bracht 300 goochelaars uit heel Europa samen. Onder de ingeschrevenen bevonden zich twee andere voormalige krijgsgevangenen uit het Verre Oosten, waaronder Fergus Anckorn.



(Afbeelding: Artikel over Cortini's deelname aan het Internationaal Goochelaarscongres — Bron: Dundee Evening Telegraph, 12 augustus 1946)

Het internationale congres leidde twee jaar later tot de oprichting van de Fédération Internationale des Sociétés Magiques (FISM), die vandaag de dag nog steeds bestaat.

Toen het theaterwerk in de jaren vijftig plaatsmaakte voor hotel- en nachtcluboptredens, werd Cortini een nachtclubgoochelaar. Hij toerde internationaal en keerde zelfs terug om op te treden in Singapore.


(Afbeelding: Een zeldzame foto van Cortini tijdens een optreden in Calcutta, India (1960) — Bron: H.M. Vakil’s ‘Cigam’ Magazine, 1960)

Hij vestigde zich in Amsterdam en opende daar op latere leeftijd een goochelwinkel.

Een link met Houdini?

Als krijgsgevangene, en wellicht ook voor en na de oorlog, profileerde Cortini zich als een vermeende neef van de Hongaars-Amerikaanse goochelaar en boeienkoning Harry Houdini. Fergus Anckorn deed dit af als een promotiestunt. Maar als we nog eens kijken naar Cortini's krijgsgevangenenkaart in dit blog, staat daar dat de naam van Cortini's moeder A.B. Houdini was...

Het is echter hoogst onwaarschijnlijk dat Cortini familie was van Harry Houdini. De achternaam Houdini was een verzonnen artiestennaam, gevormd door een 'i' toe te voegen aan de naam van een beroemde negentiende-eeuwse Franse goochelaar genaamd 'Houdin'. Er waren dus geen familieleden die de achternaam 'Houdini' droegen; hun werkelijke achternaam was Weisz (verengelscht tot Weiss). Bovendien had Houdini slechts één zus, die in Amerika werd geboren en woonde, en zij heette Carrie Gladys Weiss.

Hij was geen familie van Houdini, wel van mij. Ik schreef hem in 1992 een brief en daar kwam heel veel later een antwoord op, in de brief stond dat ik hem niet kwalijk moest nemen dat zijn Nederlands slecht is, want om de brief te kunnen schrijven had hij eerst lezen en schrijven moeten leren. Nadat hij weer terug was uit het verre oosten, is hij gaan wonen in Lanaken. Hij had 1 zoon in Nijmegen wonen die in een begeleid wooncomplex woonde waar geestelijk gehandicapte mensen woonden. vader en zoon hadden geen contact. in. de jaren 90 heeft er een artikel in de krant gestaan waar de zoon de vader zocht en zo ben ik aan zijn adres gekomen. Ik denk dat hij niet meer leeft, dan zou hij 114 jaar moeten zijn geworden. Ik heb nog eens een van zijn ex vrouwen aan de telefoon gehad die ook naar hem opzoek waren. 

Jan Crutzen een zoon van zijn broer Paul Crutzen, heeft met hem opgetreden zo vertelde hij mij eens. 

maandag 4 mei 2026

kleine wereld

 De Oma van Mathias Delahaije mijn opa was Maria Judith Bruls. Nu heb ik een pagina gevonden  over die familie Bruls. Petrus Bruls trouwt met Catharina Vlodrops en het huwelijk is in 1717 in Klimmen. ze krijgen 7 kinderen. Onze lijn ligt op Godefridus Bruls en die is geboren in 1724. Zijn broer is Petrus Bruls en die is geboren in 1736.  Petrus Bruls trouwt in 1769 met Catharina Gertrudis Limpens Geboren in 1738 nu is de vader Henricus Limpens en de moeder Anna Maria Gelekercken en dat echtpaar had ik al in de stamboom staan. de broer van Catharina Gertrudis Limpens is Henricus Limpens Deze Henricus is getrouwd met Joanna Catharina Delahaye geboren 25-8-1748 en overleden 3-2-1831 De vader daarvan is Thomas Antonius Delahaye verder terug zie ik dat een van de Bruls trouwt met een Agnes Beckers. de families moeten elkaar gekend hebben lang voordat mijn oma met mijn opa trouwde. 

woensdag 22 april 2026

Een programma Crash

 Wat bijna nooit voorkomt bij Apple is dat er een programma crasht en dat gebeurde met mijn RapidWeaver waar ik de websites mee maak een hele boel documenten kreeg ik niet meer open. Dan ben ik opzoek gegaan hoe ik dat kon verhelpen en dat is me gelukt, via een hele grote omwegen, ik denk dat er weinigen zijn die op die op dat idee gekomen waren. Op het moment dat je een oud document probeert te openen dan krijg je geen ander document meer open, dan doen ze het allemaal niet meer, dus al mijn 5 sites kreeg ik niet meer open. Toen heb ik gezocht naar de Preferences van het programma en die stonden ergens anders dan ik verwachte, dat ze moesten staan. Toen heb ik een nieuw document aangemaakt die een naam gegeven in het document gegaan ook in het oude document gegaan en een paar mappen van het oude document in het nieuwe gezet en toen werkte een gedeelte van de website weer. De rest ben ik nu aan het aanpassen. Dus ik moet nog de foto's van het pagina hoofd bij sommige pagina's weer opnieuw maken, maar dat komt wel. ik heb meteen enkel zwart wit foto's vervangen door AI foto's en sommigen met een fantastisch resultaat. 

Dus excuses als het niet zo meer uitziet als het was. 

107 jaar

 Een dochter van Maria Clementina Delahaye te weten Paulina Maria Leonartina Dahmen was ooit de oudste vrouw van Limburg. Ze stamde uit een gezin van 16 kinderen zelfs 1 meer als bij mijn moeder thuis. in dat gezin waren wel meer oudere van in de 90 jaar te vinden waarvan 1 bijna 99 jaar werd. Maar Paulina verslog iedereen. Zij werd maar liefst 107 jaar 3 maanden en 8 dagen. Ze was geboren 1-4-1905 in Hoensbroek en overleed 9-7-2012 in Amstenrade. Het zou Kunnen in Huize Elvira, waar wel meer familieleden zaten die oud geworden zijn. Uit de advertentie in mensenlinq staat dat ze niet dement was.




zondag 19 april 2026

Bruno Siegfried Majcherek

Hij staat in de stamboom.  op de lijn van de familie Delahaye 

Bruno Siegfried Majcherek (1936–2020) was een markante Nederlands-Duitse zanger en muzikant die vooral in de jaren '60 en '70 grote bekendheid genoot. Hij werd vaak geassocieerd met het levenslied en de volksmuziek, waarbij hij een brug sloeg tussen de Nederlandse en Duitse cultuur.

Hier zijn enkele belangrijke feiten over zijn leven en carrière:

Muzikale Doorbraak

Majcherek werd landelijk bekend met zijn grote hit "Laila". Dit nummer groeide uit tot een klassieker in het genre en zorgde ervoor dat hij een veelgevraagde artiest werd in zowel Nederland als Duitsland. Zijn stijl kenmerkte zich door een warme stem en een toegankelijke, volkse presentatie.

De Zanger en zijn Accordeon

Naast zijn zangtalent stond hij bekend om zijn vaardigheid op de accordeon. Dit instrument was onlosmakelijk verbonden met zijn optredens en versterkte het melancholische, maar gezellige karakter van zijn muziek.

Achtergrond en Betekenis

  • Herkomst: Gebonden aan de mijnstreek (zijn familie had Poolse wortels en hij woonde lang in Zuid-Limburg), weerspiegelde zijn muziek de multiculturele arbeiderscultuur van de mijnen.

  • Veelzijdigheid: Hoewel "Laila" zijn grootste commerciële succes was, bleef hij decennialang optreden en behield hij een trouwe schare fans, met name in het nostalgische circuit.


Wist je dat? Bruno Majcherek niet alleen zong, maar ook een verdienstelijk wielrenner was in zijn jonge jaren voordat de muziek zijn volledige aandacht opeiste.

Hij overleed in 2020 op 84-jarige leeftijd, maar blijft in de harten van veel liefhebbers van het levenslied voortbestaan als de man die met zijn accordeon en "Laila" de harten wist te raken.

verbinding tussen de Familie Delahaye en de Familie Crutzen.

Hendrik Joseph Lahaye Boek 6c hoofdstuk 14 XVD trouwt met Maria Catharina Kicheleer op 11 januari 1917 in Gulpen.  De ouders van Maria Catha...